Activist

Document van de Centrale Inlichtingendienst waarin Anton wordt beschreven als een `gevaarlijk communist´, 1932. Nationaal Archief

Document van de Centrale Inlichtingendienst: De Kom wordt beschreven als een `gevaarlijk communist´, 1932.
Nationaal Archief

Een oproerkraaier en staatsgevaarlijke communist. Dat was het beeld dat de Nederlandse overheid van Anton de Kom had. Hij stond bij de Centrale Inlichtingendienst te boek als een “gevaarlijk communist en fel revolutionair agitator”.
Anton had inderdaad communistische vrienden en hij schreef voor communistische bladen. Hij wilde de gekleurde Surinamers bewust maken van de ongelijkheid tussen blank en zwart en hoopte dat zij zich daar als een gemeenschappelijk front tegen zouden verzetten. Om die levensdroom te kunnen verwezenlijken schrok hij er niet voor terug de rol van activist te spelen. In Paramaribo richtte hij in 1932 een adviesbureau op voor Surinaamse arbeiders. Maar of hij daarmee een staatsgevaarlijke communist was?


Antikolonialisme

Gravure waarop ongelijkheid tussen de blanke slaveneigenaar en de zwarte slaaf is weergegeven. Door J.G. Stedman, 1798. Tropenmuseum, Amsterdam. Coll.nr. 3728-544b-25

Gravure waarop ongelijkheid tussen de blanke slaveneigenaar en de zwarte slaaf is weergegeven. Door J.G. Stedman, 1798.
Tropenmuseum, Amsterdam. Coll.nr. 3728-544b-25en.

Antons activisme in Nederland bestond vooral uit het schrijven van artikelen. Terugkerend thema daarin was het onrecht dat de blanke kolonisator de Surinaamse bevolking had aangedaan. Volgens Anton kon hier alleen door een gemeenschappelijke strijd een einde aan komen. Dat onrecht en de enorme ongelijkheid tussen blank en zwart had Anton in zijn jeugd in Suriname van dichtbij ervaren. In Nederland leerde hij zijn onvrede in taal te uiten. Dankzij zijn contacten met het progressieve schrijverscollectief Links Richten maakte hij kennis met de door het communisme geïnspireerde taal van strijd en gelijkheid en vond hij een geheel eigen stem om zijn idealen onder woorden te brengen.

‘Men leutert over moreele en materieele opheffing,
Alles maar bedrog, de Inlander heeft geen rechten.
Het zijn de beschavingbrengers, de colleges van uitbuiting,
Hen moeten we bestrijden, tegen hen moeten wij vechten.’

Uit: De communistische Gids, ca. 1930.

‘Eerst moeten in ons land de proletariërs tot strijdvaardig klassenbewustzijn komen, eerst moeten zij met de oude slavenketenen ook de slavenmentaliteit af weten te schudden.’

Uit: Wij slaven van Suriname, 1934.


Held of oproerkraaier?

Een menigte bij het huis van Anton de Kom in de Pontewerfstraat, Paramaribo, Suriname, 1933. Familiearchief Els de Kom

Een menigte bij het huis van Anton de Kom in de Pontewerfstraat, Paramaribo, Suriname, 1933.
Familiearchief Els de Kom

In 1932 maakte Anton met zijn gezin de oversteek naar Suriname. Daar richtte hij een bureau op dat Surinaamse arbeiders gratis advies gaf over hun rechten. Vooral Javaanse contractarbeiders hadden hulp nodig. Werkgevers dwarsboomden op allerlei manieren hun recht op terugkeer naar Java. Anton kwam in actie. Volgens geruchten had hij zelfs de boten al gekocht.
Op 31 januari 1933 verzamelden honderden mensen zich rond het huis van Anton aan de Pontewerfstraat in Paramaribo. Die populariteit zinde de autoriteiten niet; een arrestatie volgde. Na drie maanden gevangenschap zetten zij ‘oproerkraaier’ Anton met zijn gezin op een boot terug naar Nederland. Zijn poging om de ongelijkheid tussen blank en zwart in Suriname te bestrijden was op niets uitgelopen.

De zoons van Anton de Kom in jasjes die aan werklozen werden uitgedeeld, 1936. Familiearchief Els de Kom

De zoons van Anton de Kom in jasjes die aan werklozen werden uitgedeeld, 1936. 
Familiearchief Els de Kom


Terug in Nederland

Terug in Nederland haalden linkse kringen Anton in 1933 als held binnen. De Tribune publiceerde een uitgebreid interview en zijn geestverwanten zongen de Internationale. Maar de euforie was van korte duur. Het spaargeld was op na het Surinaamse avontuur. Antons strafblad en de economische crisis zorgden er bovendien voor dat hij geen werk kon vinden. De familie De Kom leefde in armoede. Anton zelf raakte in een depressie. Na de mislukking in Suriname en de publicatie van Wij slaven van Suriname (1934) bleef hij schrijven, maar het ontbrak hem aan duidelijke doelen.